Historie

Alles over de geschiedenis van onze kerk

Een schuurkerk

Op 28 december 1726 stierf de laatste katholieke eigenaar van Grunsfoort, Anthonie van Lijnden. Zijn financiële positie was niet rooskleurig. Zijn goederen waren zeer bezwaard met als gevolg dat zijn schuldeisers beslag legden op zijn nalatenschap. Het kasteel kwam toen in handen van de niet-katholieke familie Goltstein. De pastoor – de Emmeriker Phiippus Tuchscheer, vanaf 1680 alhier werkzaam. kon zijn biezen pakken. Waar vestigde hij zich? Waarschijnlijk vond hij onderdak bij één van zijn  gemeenteleden. Mogelijk werd er ook kerk gehouden. Zijn opvolger woonde in ieder geval sinds 1730 in Wageningen.
Nu veïmeldt het Parochie Memoriaal van Wageningen, aangelegd in 1856, het volgende: “En later (dus na de periode Grunsfoort) bouwden zij, dank zij de vrome zorgen van de familie Staring, zoals men vertelt, achter hun herberg, genaamd “De Vergulde Bok”, een klein kerkje …”.
Wanneer? Een lijst uit 1811 (Archief Franse tijd) noemt als stichtingsjaar 1729. Mijns inziens heeft dit betrekking op het jaar van ontstaan van de statie Wageningen-Renkum

Renkum wordt op 31 maart 1875 een zelfstandige parochie

Op de feestdag van de Aartsengel Michaël, 29 september 1839, werd het gloednieuwe kerkgebouw door Aartspriester van Gelderland, M. Terwindt, ingewijd. Het kerkje werd toegewijd aan Maria, onder de titel: Maria ten Hemelopneming.  

Omdat één pastoor de steeds groeiende gemeente niet meer kon overzien, werden er stappen ondernomen om Renkum van Wageningen af te scheiden en tot zelfstandige parochie te verheffen. Hetgeen geschiedde op 31 maart 1875.

Reeds in 1876 begon men plannen te maken de kerk te vergroten. Hiervoor zocht men een jaar later contact met Architect Alfred Tepe uit Utrecht. December 1880 kwam eerst de goedkeuring van het bisdom de kerk te mogen vergroten volgens de plannen van Tepe. De parochianen werden uitgenodigd 6 jaar lang wekelijks een bepaald bedrag te storten. Men kon hiervoor intekenen op lijsten. Ook kon men 6 jaar tweemaal per jaar vrijwillige giften geven.
De aanbesteding voor de bouw van het priesterkoor (vergroting van de kerk) en een sacristie vond plaats op 20 april 1881 in hotel Campman. Er werd te hoog ingeschreven, zodat er geen gunning plaats vond. Een tweede aanbesteding vond plaats op 9 juni. De bouw werd nu gegund aan Th. Bosch “in compagnie” met Petrus Runderkamp, beiden uit Renkum, voor f 8420,—. Het priesterkoor werd gebouwd in neo-gotische stijl. De kerk kreeg nu 243 zitplaatsen, zodat voorlopig aan plaatsruimte geen gebrek was.

RK kerk maart 1875 tot najaar 1923oud

VVerplaatsing van het parochiecentrum

Een eerste stap in de goede richting wordt in 1900 gezet bij gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de parochie. Het kerkbestuur krijgt dan een grote som geld aangeboden voor de bouw van een nieuwe kerk. Ongetwijfeld heeft pastoor Van Leeuwenberg met vreugde die royale gift in ontvangst genomen, doch in hetzelfde jaar stierf hij. Zijn opvolgers, pastoor Laarhoven en pastoor Van Leer is het ook niet gelukt de bouwplannen te verwezenlijken.
Gedurende de laatste levensjaren van pastoor Van Leeuwenberg waren er onder de parochianen lijsten rondgedeeld, waarop men zich kon inschrijven voor een jaarlijkse bijdrage aan het bouwfonds van de nieuwe kerk (voor 6 jaar). Pastoor Laarhoven staakte deze actie, die al snel niet zo goed meer liep. Het ingezamelde geld ging op aan de noodzakelijke reparaties van het oude kerkje.
In 1910 richt Laarhoven de zgn. Penningvereniging op. Deze vereniging bestond uit 14 meisjes. In ongeveer vier jaar tijd wisten deze meisjes, die alle zondagen met gesloten busjes door het dorp gingen, een bedrag van maar liefst 6000 gulden te verzamelen. Wanneer Laarhoven in 1916 wordt overgeplaatst naar Wijk bij Duur- stede zijn er echter nog steeds geen concrete plannen voor een nieuw en groter kerkgebouw. Het kerkje was inmiddels veel te klein geworden, omdat het aantal parochianen sedert 1875 bijna verdubbeld was (ca. 1200).
De ook in zakelijk opzicht uiterst bekwame pastoor Wolters gaat dan ook onmiddellijk na zijn komst hard aan het werk. Zijn voortvarendheid blijkt wel uit het feit dat al op 27 februari 1917 door het kerkbestuur van de Wed. Ploem.Oorthuis het in 1861 gebouwde herenhuis Lemgo met de daarbij behorende terreinen wordt aangekocht voor 17.653 gulden. In de zomer van hetzelfde jaar volgt de aankoop van het huis en de tuin van de smid H. Janssen, ten westen van Lemgo aan de Utrechtseweg gelegen (nu pastorie en tuin). Door deze aankoop werd een stuk grond verworven, dat aan de Utrechtseweg een frontbreedte had van 70 meter, en dat zich in noordelijke richting uitstrekte tot aan de Groeneweg.
In 1920 koopt de kerk dan nog de villa Ewilca met de grond, zodat het kerkbestuur voor de bouw van een kerk, scholen en klooster en de aanleg van een kerkhof twee zeer dicht bij elkaar gelegen bouwterreinen van totaal ruim 5 1/2 hectare ter beschikking heeft.
Met een lening van 70.000 gulden, een ruime gift van Mgr. Van de Wetering en de wekelijkse bijdragen, die dankzij de onvermoeibare ijver van vele zelatrices per jaar 4000 gulden opbrengen, gelukt het pastoor Wolters een gezonde financiële basis te leggen voor de bouw van de nieuwe kerk.
In 1919 is het eindelijk zo ver, dat het benodigde geld aanwezig is. De architect Jos. Cuypers heeft reeds een plan klaar voor een kerk, bestaande uit een schip met houten gewelven, van ca. 550 zitplaatsen. De aanbesteding wordt al voorbereid. Dan schrijft pastoor Wolters in het Memoriale: ‘Zoo naderde het najaar van 1920. Plotseling deed zich over de geheele wereld een enorme prijsdaling gelden, gepaard gaande met groote werkloosheid, zoodat wij onmiddellijk besloten af te wachten wat dit alles zoude uitwerken’.
Ten gevolge van de economische regressie worden de plannen pas weer in het voorjaar van 1922 voor de dag gehaald. Pastoor Wolters: ‘Dankzij de groote prijsdalingen en onze afwachtende houding, alsmede het in dien tijd overgespaarde geld, konden wij onze plannen aanmerkelijk verbeteren’. En inderdaad, het schip kan worden uitgebreid met een priesterkoor en twee beuken, terwijl de houten gewelven in steen kunnen worden uitgevoerd.
Op 22 augustus 1922 vindt dan ook de aanbesteding plaats, en wordt de bouw gegund aan de laagste inschrijver, G. Nollen uit Den Haag (f97.650 met leien dakbedekking). Maandag 11 september wordt de eerste spade in de grond gestoken. Ruim twee maanden later, op 23 november, vindt de eerste steenlegging plaats. Aangezien tijdens de winter de bouw niet stagneert kan precies één jaar na het begin van de werkzaamheden, op 11 september 1923, de nieuwe kerk door de aartsbisschop van Utrecht, Mgr. Van de Wetering, worden geconsacreerd. Eindelijk heeft Renkum zijn nieuwe kerk. Zondagavond, 6 oktober, neemt de parochie definitief afscheid van het oude kerkje. In een plechtige processie brengt men het H. Sacrament over naar de feestelijk verlichte nieuwe kerk. De oude kerk wordt in het najaar gesloopt.

home O.L.V kerk Maria van Renkum

Pastoors in onze parochie

De datums hebben betrekking op tijd dat zij pastoor in Renkum waren.

W.H . van Leeuwenberg
16 april 1875 – 13 dec. 1900 †

C.F.Th. Laarhoven
22 dec. 1900 – 30 dec. 1908

H.B.G. van Leer
Dec. 1908  –  26 mei 1916

M.J.H. Wolters
 Mei 1916  –  12 okt. 1946 †

G.J. Jansen
8 nov. 1946  –  nov. 1954

A.B. de Jong
5 november 1954  –  sept./okt. 1972

G.J.H. Nijhuis
15 oktober 1972  –  14 juni 1992 †

Leon portret M

J.G.  Goertz
30 oktober 1994 – 20 januari 2008 

Henri ten Have Closeup

H.W.M. ten Have
09 december 2009 – heden

Kruiswegstaties bedevaartskerk Renkum afkomstig uit de vorige RK kerk van 1839

Heilige beelden in onze kerk

H. Theresia van Lisieux

Verering
Op 29 april 1923 werd Theresia zalig verklaard. Haar heiligverklaring volgde op 17 mei 1925. In 1997 werd Theresia, als derde vrouw in de geschiedenis, door paus Johannes Paulus II tot kerkleraar uitgeroepen.

Aan de rand van de stad Lisieux is ter ere van Theresia een enorme basiliek gebouwd, die door vele pelgrims en toeristen wordt bezocht.

Haar feestdag is op 1 oktober.

Patroon- en beschermheilige
Ze werd de patrones van missionarissen en het missiewerk. Ze is ook patrones van Frankrijk.

Theresia van Lisieux, geboren 2 januari 1873, overleden 30 september 1897.

H. Theresia staat rechts achter bij de ingang

H. Theresia

H. Antonius van Padua

 

Aanroepen
In katholieke kringen wordt Antonius aangeroepen om verloren zaken terug te vinden. Zijn feestdag is 13 juni.

Patroon- en beschermheilige
Hij is de patroonheilige van de Franciscanen, verloren voorwerpen, vrouwen en kinderen, armen, bakkers, mijnwerkers, het huwelijk, reizigers en verliefden en patroon tegen schipbreuk, de pest en koorts.

De Heilige Antonius van Padua , geboren 1195 te Lissabon, overleden 13 juni 1231.

H. Antonius staat links achter bij de ingang

H. Gerardus Majella

Verering
Hij werd in 1893 door paus Leo zaligverklaard en in 1904 heiligverklaarddoor paus Pius X. Een aan hem gewijd Nederlands bedevaartsoord is het redemptoristenklooster van Wittem. In Overdinkel vindt elk jaar een processie ter ere van Gerardus Majella plaats. Zijn feestdag is 16 oktober.

Patroon- en beschermheilige
De H. Gerardus Majella is de patroonheilige van kleermakers, portiers en zwangere vrouwen.

De H. Gerardus Majella,
geboren 23 april 1726 te Muro Lucano, overleden 16 oktober 1755 te  Caposele, beide nabij Napels.

H.Gerardus staat op de pilaar rechts achter

H. Ceacilia

Verering
Tot op de dag van vandaag wordt ze daar vereerd als het toonbeeld van geloof, kuisheid en standvastigheid.
Haar feestdag is 22 november.

Patroon- en beschermheilige
Aangezien zij als meisje graag liedjes zong werd zij aan het eind van de vijftiende eeuw voorgesteld als patrones van musici en orgelbouwers. Ze is de patrones van de muzikanten, vandaar de talloze muziekconcours, fanfares, koren en harmonieën “St-Cecilia”.

22 november H. Ceacilia,
(Overleden in 2de of 3de eeuw)

H. Ceacila staat op de pilaar links achter

H. Isidorus van Sevilla

Verering
Isidorus werd heiligverklaard in 1598. In 1722 werd hij verheven tot kerkleraar.
Zijn feestdag is 4 april.

Patroon- en beschermheilige
Isidorus is  de patroon van de boeren en de beschermheilige van de catalogus, de encyclopedie en het internet.

Isidorus van Sevilla, geboren 560, overleden 4 april 636.

Isidorus staat rechts op de middenpilaar

H. Liduina van Schiedam

Verering
Op 14 maart 1890 werd Lidwina door Paus Leo XIII Heilig verklaard. Haar feestdag is op 14 juni.

Patroon- en beschermheilige
Lidwina is patrones van de chronisch zieken en de bekendste Nederlandse heilige. Haar naam leeft voort in vele Schiedamse instellingen

Heilige Liduina van Schiedam, geboren 18 maart 1380 te Schiedam, overleden 14 april 1433 te Schiedam, vaker Sint Liduina, ook Lidwinaof Liedewijgenoemd.

Liduina staat links op de middenpilaar

H. Aloysius Gonzaga

Verering
Direct na zijn dood werd Aloysius al als een heilige beschouwd. Al 14 jaar na zijn dood werd hij door paus Paulus V zaligverklaard. In 1726 werd hij door paus Benedictus XIII heiligverklaard. Zijn feestdag is 21 juni.

Patroon- en beschermheilige
In 1729 werd hij door paus Benedictus XIII tot patroon van jonge studenten uitgeroepen. Ook geldt hij als beschermheilige van pestlijders. Als symbool van de kuisheid wordt hij ook in het bijzonder tegen seksueel misbruik aangeroepen. Tenslotte is hij patroon van de stad Mantua.

Aloysius Gonzaga(eigenlijk Luigi Gonzaga)  Geboren 9 maart 1568 in Castiglione delle Stiviere bij Mantua in Spanje, overleden 21 juni 1591 te Rome.

H.Aloysius staat op de pilaar
rechts voor

H. Willibrordus

Verering
Al gauw na zijn dood werd hij daar als heilige vereerd. Zijn graf groeide uit tot pelgrimsplaats.
Elk jaar op de dinsdag na Pinksteren vindt in Echternach een processie plaats.
De Willibrordsputten en bronnen  worden bezocht ter genezing van zenuwaandoeningen, vooral die van kinderen. Zijn feestdag is 7 november.

Patroon- en beschermheilige
Paus Pius XII riep hem in 1939 uit tot patroon van de Nederlandse Kerkprovincie.

H. Willibrordus, geboren 658, overleden 7 november 739

H. Willibrordus wordt de apostel van de Benelux genoemd

H. Willibrordus staat op de pilaar links voor

St. Jozef van Nazareth

Verering
Het feest van Jozef werd al in de negende eeuw op 19 maart in Midden-Europa gevierd. In 1955 stelde paus Pius XII 1 mei in als het feest van Sint-Jozef Arbeider. 

Patroon- en beschermheilige
Sint Jozef is de patroonheilige van de timmerlieden en arbeiders in het algemeen. Verder is hij patroonheilige van België en wordt hij aangeroepen als patroon van maagden, religieuze communiteiten, van het huisgezin en van stervenden

Jozef van Nazareth
Jozef was de man van Maria die samen met haar Jezus opvoedde. Hij stamde uit het geslacht van koning David, van wie voorspeld was dat een van zijn  nakomelingen de Messias zou worden.

St. Jozef staat rechts naast het priesterkoor

H. Hart van Jezus

De verering tot het Heilig Hart van Jezusis in de katholieke Kerk nog steeds wijd verspreid.
Het hart staat voor de persoon van Jezus’ Leven en Lijden, terwijl de vlam de Liefde en Barmhartigheid uitbeeld.

Het Hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus wordt gevierd op de derde vrijdag na Pinksteren.

Verering
De verering van Jezus Christus krijgt vorm vanuit de liefde en barmhartigheid, die worden gesymboliseerd door Jezus’ Hart

H.Hart staat links naast het priesterkoor

Gebrandschilderde ramen boven het priesterkoor

Een korte beschrijving van onze gebrandschilderde ramen:
In 1923 schonk de aannemer van de kerk G. Nollen zeven gebrandschilderde ramen, die door de Haagse glazenier Lou Asperslagh werden vervaardigd.
Tijdens de oorlog zijn de vensters echter grondig beschadigd, zodat zij door nieuwe moesten worden vervangen. De oude vensters werden in mei 1950 vervangen door de Jhr. Van Nispen tot Pannerden en P. Barten.

Meinwerkkazuivel

Een kazuifel is een opperkleed zonder mouwen, dat tijdens de mis of eucharistieviering over het witte koorhemd wordt gedragen.

Het Meinwerk-kazuifel werd met de hand vervaardigd. Het is een prachtig wit misgewaad waarop de geborduurde afbeeldingen staan van de Heilige Maagd Maria, de Heilige Meinwerk (met mijter), Heilige Henricus  (met kroon) en Heilige Hermanus is met voornaam vermeld.

Het werd in 1878 aan de parochie Renkum geschonken door professor Herman Leijgraaff, neef uit een familie die zich waarschijnlijk in de tweede helft van de 19deeeuw vanuit Rotterdam in Renkum had gevestigd en daar nauw betrokken was bij de rooms katholiekegeloofsgemeenschap.

De naam van de kazuifel werd ontleend aan de tweede zoon van gravin Adela en graaf Imad een zekere Meinwerk, die van 1009 tot 1036 bisschop was van de Duitse stad Paderborn.

De Heilige Hermanus was de patroonheilige van de schenker, Herman Leijgraaff en de Heilige Henricus was de patroonheilige van zijn oom, Henricus Wilhelmus Leijgraaff.

De schenker van het Meinwerkkazuifel, Herman Leijgraaff, werd geboren te Emmerich op 13 februari 1845. Hij was een zoon van Johann Leijgraaff en Petronella Bosmann.

Kussenovertrek met opdracht in de tempel

Afkomstig uit parochiekerk O.L.V. ten Hemelopneming van Renkum.
Thans is het  textielwerk in Museum Catharijneconvent te Utrecht. 
Geïnventariseerd als: ABM t2060,
Nederrijngebied, ca14e eeuw

 

De rode tempel steekt scherp af tegen de met bloemenslingers versierde achtergrond. Maria overhandigt Jezus aan priester Simeon. Jozef draagt het offermandje met twee duiven en een kaars. Twee engelen maken muziek. De andere engelen dragen banderollen. Opdracht in de tempel is het feest van Maria-Lichtmis, ofwel de zuivering van Maria, een van de oudste Mariafeesten

Beschrijving

Op het kussenovertrek wordt in borduurwerk de Opdracht in de tempel weergegeven (Luc.2:22-39). In een rood open bouwwerk met ranke, blauwe zuiltjes, bogen, een blauwe koepel en torentjes, waartussen ten halve lijve twee luitspelende engelen, reikt Maria het naakte Christuskind over aan Simeon, die rechts van haar staat. Maria draagt een lichtgroen kleed, Simeon gaat gekleed in het blauw. Links houdt Jozef, in een rood gewaad, in de linkerhand een lange kaars en in de rechterhand een mandje met twee duiven als offergave. Naast Simeon een banderolle waarvan de tekst niet meer leesbaar is. Aan weerskanten telkens twee boven elkaar geplaatste engelen in het rood en in het lichtgroen, elk met een banderolle in de hand met de tekst “Gloria in excelsis Deo”. De achtergrond is opgevuld met ranken en bloemen; in de omlijsting zijn rozen en doorntakken aangebracht. 

 

Techniek: de ondergrond is van naturelkleurig linnen, waarop met rode, lichtgroene, blauwe en beige floszijde is geborduurd, bijna geheel in vlechtsteek. De bladeren en ranken zijn in ingrijpsteek, de haren met knoopsteek en zandsteek. De teksten en gezichten zijn getekend. 

Bron: Museum Catharijneconvent te Utrecht

Maria van Renkum weer terug